Een redelijk accurate samenvatting van de Amstel Gold Race

Valkenburg is, zoals dat heet, gezellig druk. Het is niet vreselijk lekker weer, maar de mensen die naar het stadje zijn gekomen zijn allemaal goedgemutst. En als de koperen ploert er bij komt lijkt het zowaar op aangenaam vertoeven. Er heerst een lichte opwinding bij de aanwezigen. Vanmiddag is het immers weer zover. Door professionals wordt er 258 kilometer gefietst door het fraaie Limburgse land in het kader van de 51e Amstel Gold Race.

De terrasjes in het stadje zitten vol. Er wordt gezellig gekeuveld over, ach, wat doet het er toe. Een enkeling waagt het zijn jas al uit te doen. Het is een prettig gegeven.

Ook op de flanken van de Cauberg is het prima verpozen. De ‘mytische col’, zoals de speaker met dienst het noemt, is omzoomd met gele dranghekken met daarop een zeker (bijna) geen alcohol bevattend biertje dat – voor zover ik het heb gezien – door niemand die middag gedronken werd. Een enkele wielerliefhebber discussieert met elkaar over de kanshebbers. “Gilbert? Neh. Niet goed genoeg, tenzij ‘ie misschien z’n pepperspray weer bij zich heeft. Gesink dan? Zou mooi zijn.” Over een zekere Enrico Gasparotto heeft niemand het dan nog.

De biertent, handig geposteerd voor de gemeentegrotten, schenken halve liters, iets dat door velen wordt gewaardeerd. Ook de broodjes bratwurst en hamburger vinden gretig aftrek. Een café iets verderop heeft er gezien de drukte in het etablissement weinig last van. Een man, die vermoedelijk niet zijn eerste slok gerstenat van de dag drinkt, houdt trots een bordje omhoog. “Ja la la la” staat er te lezen. Als de muziek, die luid wordt meegezongen door de bezoekers, zover is, draait de man het bordje om. Er staat een tekening die een gehaktbal moet voorstellen. De mensen snappen het. Ze zingen luidkeels ‘gehaktbal’. Dit riedeltje herhaalt zich de hele middag lang.

Amstel Gold Race 2016 Cauberg

Op de Cauberg staan een aantal Luxemburgers met vlaggen. Tegen de hordes Nederlanders met petjes van Lotto – Jumbo kunnen ze echter niet op. Verder zijn er Duitsers, Chinezen en natuurlijk een lading Belgen die zo te horen als sinds acht uur die ochtend niet meer helemaal nuchter zijn. Een Zweedse man kijkt geamuseerd naar de drinkebroeders. Het staat allemaal mooi door elkaar, en allemaal amuseren ze zich op hun manier. De koers door de Limburgse heuvels fungeert als eendaags bindmiddel.

De regen is voor veel renners vreselijk. Toch hebben de mensen op de Cauberg er tijdens die ene bui minder last van. Met vijftig man wordt er onder een tent gekropen. Ondertussen speelt het plaatselijke dweilorkest hun eikenhouten repertoire aan feestnummers, waaronder ‘Het kleine café aan de haven’. Er wordt weinig moeite gedaan om het geheel zuiver te laten klinken. Het meest verrassend is een vertolking van de jazzklassieker Ice Cream van Chris Barber. De beroemde tekst is voor de gelegenheid omgebouwd tot iets in deze strekking: “Pilske, pilske, ik wil een pilske. Hé, waar is m’n pilske nou!” Mooi is het moeilijk te noemen, maar het geeft wel sfeer.

Tijdens elke passage wordt er aandachtig gekeken naar de vele groepen die zich over het zware parcours hebben verspreid. Er wordt driftig geklapt voor de koplopers. Ook worden er veel kreten richting de ploeterende mannen in lycra geschreeuwd. “Kom op Pieter!” “Hup Tim!” “Allez! Allez! “”Tom! Tom! Toooooom!” Alle aanmoedigingen vormen een plezierige brij van geluid, waarin uiteindelijk geen woord meer goed is te verstaan. Voor elke achterblijver wordt er keurig geapplaudisseerd. Zo hoort dat.

Na de laatste passage over de Cauberg luisteren de mensen naar de speaker, die tot ieders verbazing Gasparotto tot winnaar van de Amstel Gold Race uitroept. Vele schouders worden opgehaald. Er heerst aanvankelijk onbegrip, maar uiteindelijk hebben de supporters er wel vrede mee. “Tja, dat kan natuurlijk ook.” En ook: “mooi, gezien de recente gebeurtenissen.” Ik sluit me bij deze twee lezingen aan op weg naar het station van Valkenburg.

Niet iedereen lijkt evenveel aandacht voor de koers te hebben gehad. Want als ik weer langs het café loop is wordt er niet gesproken over de winnaar. Vanuit de dorstige kelen van de cafébezoekers klinkt het nog even enthousiast als begin die middag: “Ja la la la, gehaktbal”.

Ik ben bang dat dat liedje de eerstkomende vier jaar niet meer uit mijn hoofd gaat.

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *