De man die de duivel overwon

Loretto Petrucci (18 augustus 1929, Capostrada) was een hele goede wielrenner. Gezegend met een geweldig mooie naam, een Italiaanse afkomst en een talent voor het rijden van één koers in het bijzonder: Milaan – Sanremo. Petrucci wint ‘m maar liefst twee keer. Op rij, nog wel. In 1952 en 1953 passeert hij als eerste de finish op de Via Roma. En het jaar ervoor, in 1951, wordt hij al derde. Je zou dus wel kunnen stellen dat Milaan – Sanremo zijn koers is. Als iemand weet hoe je indertijd de race langs de Bloemenrivièra moest rijden is het wel Loretto Petrucci.

Maar waarom won hij La Primavera dan niet vaker? Immers: ten tijde van zijn tweede overwinning was hij pas 23 jaar oud. Dan kun je nog wel wat jaartjes mee. De aanwijsbare reden daarvoor is een ploeggenoot van Il Meteora; een zekere Fausto Coppi. Petrucci moet van Bianchi in dienst van de Campionissimo rijden. Dat pikt hij niet. Hij kan immers zelf ook een aardig potje fietsen, zoals hij al meermaals had laten zien. Dus legt hij zich niet neer bij zijn rol.

En toen kwam daar ook nog eens Giulia Occhini, de beruchte dame in het wit. Coppi en de dama bianca werden een stel. Petrucci is het absoluut niet eens met die ontwikkelingen. Coppi was immers getrouwd met Bruna Ciampolini. “Je maakt je gezin kapot voor een vrouw,” vindt Petrucci. Dat schiet bij Coppi en Occhini in het verkeerde keelgat.

In 1953, na zijn tweede zege in Sanremo laat Petrucci zich het volgende ontvallen: “Coppi is oud, en ik ben zijn opvolger.” Niets blijkt minder waar. Ja, Coppi is op enige leeftijd voor een wielrenner (34), maar Petrucci wordt nooit zijn opvolger. Zowel die uitspraak als het gesteggel over de buitenechtelijke relatie van Coppi blijkt de aankondiging van het einde van de carrière van Petrucci.

Toch lijkt het daar in 1953 nog allerminst op als je de uitslagen van Petrucci erbij pakt. Naast de winst in de koers langs de bloemenrivièra is er een overwinning in Parijs – Brussel (toen nog een uiterst belangrijke wedstrijd), een derde plaats in de Waalse Pijl en een vijfde plek in de Ronde van Vlaanderen. Daarbovenop pakt de Italiaan de eindwinst in de Challenge Desgrange – Colombo, een voorloper van wat nu de World Tour is.

Maar toch gebeurt er dat jaar al iets waardoor Petrucci kon vermoeden dat hij zeer zware jaren zou krijgen. Op de vooravond van Parijs – Roubaix bijvoorbeeld verzoekt Fausto Coppi zijn blinde verzorger om laxeermiddel in de broodjes van diens concurrent te stoppen. De trouwe Biago Cavanna gehoorzaamt. Het levert Petrucci uitermate zware diarree op en hij heeft de hint begrepen; het is oorlog. Hij zoekt een andere ploeg op.

Met drie podiumplaatsen in de drie voorgaande edities is Il Meteora in 1954 logischerwijs de topfavoriet. En verdomd, tot op driehonderd meter voor de finish lijkt het er op dat de trilogie voltooid zou worden. Maar dat is buiten de rancuneuze Coppi gerekend. De Campionissimo had zijn trouwe knecht Pino Favero voor de koers geïnstrueerd om koste wat het kost de zege van Petrucci tegen te houden. En dus klampt Favero zich op het moment suprême vast aan het zadel van de titelverdediger, zoals het een trouwe knecht betaamt.

Als Petrucci zijn sprint wil zetten merkt hij  dat het trappen ineens erg zwaar gaat. Hij kijkt achterom. Hij ziet Favero. Zijn hand rust tegen het zadel van Petrucci. Petrucci beseft dat de droom voorbij is, hij wordt vijfde. Rik van Steenbergen wint mede door deze manoeuvre zijn enige Milaan – Sanremo. De politie moest er aan te pas komen om de woede van Petrucci onder controle te krijgen.

De tirannie blijft voortduren. En daar doen een hoop collega’s aan mee. Want ja, Coppi tegenspreken is indertijd net zoiets als kotsen op de paus. Dat doe je niet. Petrucci had het in zijn bolle hoofd gehaald God te beledigen, dus moest hij boeten. En hoe Petrucci het in de jaren daarop ook probeert, het winnen wordt hem steeds onmogelijk gemaakt. Slechts eenmaal weet hij nog als eerste over de streep te komen. In 1955 wint hij de Ronde van Lazio. Een goede twee jaar later stopt Petrucci, tot op het bot gefrustreerd, op slechts 26-jarige leeftijd, met zijn carrière als professioneel wielrenner. Hij is verworden tot een gevangene in het peloton.

We maken een flinke sprong in de tijd; het is 2013. Ter voorbereiding op La Primavera zoekt Wilfried de Jong de zichtbaar oud geworden Petrucci op. Het lopen gaat moeizaam. De fiets is ondertussen ingewisseld voor een vehikel op vier wielen; een scootmobiel. Het enige dat nog lijkt op een fiets is een hometrainer die bij hem thuis staat. Met een vermoeid lijf neemt hij voor de camera plaats op het ding. De tijd blijkt haar werk goed te hebben gedaan.

Het is een gedenkwaardig interview. Hij vertelt over vroeger. Dat hij nog gretig champagne dronk in Imperia, op zo’n 35 kilometer voor de finish. Om vervolgens te winnen op de Via Roma. Ook komt het gesprek natuurlijk op Fausto Coppi. De naam van Petrucci is onlosmakelijk verbonden aan Coppi. Voor Coppi heeft hij nog altijd geen goed woord over. Hij noemt de Campionissimo in het interview zelfs een duivel.

Voor de Bijbelvaste mensen onder u is er wel goed nieuws. Petrucci heeft bewezen dat je ondanks zulke kwellingen sterker kan zijn dan de duivel. Ten tijde van het interview met De Jong is Coppi namelijk al meer dan vijftig jaar dood.

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Eén gedachte over “De man die de duivel overwon”

  1. Jammer dat er weinig van deze ploegvetes in de huidige tijd zijn. Want dat zou op den duur voor meer verspreiding van de toprenners zorgen, omdat ze elkaar niet meer kunnen luchten of zien!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *