Een toevallige ontmoeting

De klim die ik in een leuk tempo poog te doen loopt prettig omhoog. Soms is er een leuk binnenbochtje, maar dat is het dan ook. Echt steil wordt het nooit. Ideaal voor iemand uit het laagland dat Nederland heet. Ja, het is prettig fietsen in Italië. De hitte voorziet mijn hersenpan van een licht krokant laagje, hoewel het er echt nog niet zo warm is. Dat wil zeggen: aan het Gardameer rijden ze gerust een klim op met een lekkere dikke trui over de lendenen.

Nog een haarspeldbocht. Ik kijk achterom; zo te zien heb ik gezelschap. Vlak achter me rijdt een Italiaan, denk ik te zien aan zijn kledij waar naar goede Italiaanse traditie vooral veel sponsornamen op staan. “Ciao,” zeg ik in mijn beste steenkolen Italiaans in afwachting van het antwoord. “Ciao.” Er volgt een gesprek. Het accent van de man verraadt dat hij trots is op zijn thuisland.

Hij rijdt al een goeie kilometer achter me, vertelt hij me. Ik ga net te hard om er echt goed voorbij te rijden. En dus gaat hij naast mij rijden. Het is een prettige dwang tot conversatie, waarin voortdurend gewisseld wordt tussen Engels, Italiaans, Duits en soms zelfs een woordje Frans. Ik wil mezelf geen Ivo Niehe noemen, maar we verstaan elkaar prima. Twee volslagen vreemden die samen tegen een berg op fietsen. Soms is het leven toch zo simpel.

Ik vertraag mijn gang lichtjes zodat ik zonder al te veel kortademigheid kan spreken. Hij volgt mijn voorbeeld. Al snel verneem ik dat hij uit Verona komt. Als hij hoort dat ik uit ‘Olanda’ kom begint hij vol enthousiasme over de Giro d’Italia, die later die middag in Apeldoorn op gang wordt geschoten. Of ik me daar wel van bewust was.

Hij moest eens weten.

Ritwinst

Hij had ‘m zelf wel een aantal maal gereden, die Giro. Een hele tijd geleden. Eén etappe won hij zelfs. Het is een ervaring waar hij zelfs op zijn 66e nog vol vuur over kan spreken. Hij voelt zich een bevoorrecht mens dat hij dat heeft mogen meemaken. “Om als eerste over de streep te komen… Fantastisch.”

En altijd als de Giro weer begint wordt hij weer helemaal blij. “De Giro zit in het hart van elke echte Italiaan.” “De mooiste wielerwedstrijd die bestaat.” Zulke zinnen komen uit zijn lijf. Zijn mening is uiteraard gekleurd, maar in dit prachtige bergachtige landschap rond het Gardameer twijfel ik niet aan zijn stelling. Als ik hem goed begreep drinken hij, zijn vrouw en zijn (klein)kinderen nog steeds elk jaar een glaasje champagne op zijn ritzege. Niets mooier dan klein geluk.

Nog altijd staat hij best scherp, zoals dat heet. Zijn kuiten zijn gespierd en zo af en toe plaatst hij eens een versnelling. Een beetje vriendelijk plagen. Echt lang en hard doortrekken zit er voor hem echter niet meer in. Zijn demarrages worden altijd ingeleid met de woorden: “are you ready?” Hierna flitst hij weg, waarop ik mijn koffiemolentje ook even verbreek alvorens we lachend onze weg vervolgen.

Ik ben Bartoli

Zo kabbelt de klim gestaag voor. Het is bijzonder aangenaam. Als ik de inhoud van mijn bidon ledig over mijn helm kijkt hij me verwonderd aan. Pas bij de verklaring ‘Olanda’ snapt hij het. Nog tweehonderd meter. Ik ben ‘not ready’. Hij rijdt van me weg. Het lijkt een fractie van een seconde op het duel Bartoli – Vandenbroucke op de Redoute. Ik ben Bartoli, helaas. Ik zet nog wel even aan, maar echt dichtbij kom ik pas als we boven zijn. Toch ben ik niet teleurgesteld. Vrij vertaald spreek hij de volgende woorden: “Ik vind het knap dat jij dit drie weken na een herniaoperatie al weer kan.” Denkt u het gehijg er zelf tussen. Hij kijkt mij goedkeurend toe terwijl ik de vochtige verkoeling uit mijn bidon laat stromen.

Na enige tijd bekomen van de inspanning geeft de man aan dat hij naar huis moet. Verona, “één van de mooiste steden van Italië”, is nog wel een eindje toeren. Hij weigert de banaan die ik hem, genereus als ik ben, aanbied voor zijn terugtocht naar de fraaie stad. Niet nodig. “Café,” verklaart hij voor hij me een ferme handdruk geeft en zich de afdaling instort. Het is maar goed dat ik hem niet vergezel in de afdaling, besef ik me als ik zijn bochtenwerk zie.

Pas een paar minuten later, als ik ook mijn weg weer vervolg realiseer ik me dat ik niet eens om zijn naam heb gevraagd.

De vraag is: is dat jammer?

Ik vind van niet. Zoekt u de man in kwestie gerust op – waarmee ik u overigens veel succes wens. Maar wat mij betreft is de herinnering soms beter.

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *