Open brief aan Carlos Alberto Betancur Gómez

Carlos Betancur

Lieve Carlos,

Hoe gaat het met je? Lekker wel denk ik? Daar heb je in ieder geval alle reden toe. Want ineens ben je weer helemaal terug. Terug van weggeweest. En, ik kan je zeggen, dat vervult mij met grote blijdschap.

Je ontwikkeling in de wielrennerij was op z’n minst snel te noemen. Het talent spoot uit je oren. Tweede op het WK onder 23, winst in de Giro Ciclistico d’Italia met bijna vier minuten voorsprong op de nummer twee. Prima adelbrieven om voor te leggen. Je definitieve doorbraak bij de kenners kwam in 2011, toen je de Giro dell’Emilia won. Twee jaar later, in 2013, pakte je bijna de zegebloemen in de Waalse Pijl. Je ging veel te vroeg, maar je hield het bijna tot het einde vol op dat akelig steile stuk weg in Hoei. Derde. Als je dertig meter later was gegaan had je gewonnen. En een jaar later won je op hele fraaie wijze Parijs – Nice. Bewonderenswaardige prestaties die blijk geven van een meer dan behoorlijk talent voor fietsen.

Het is vooral ook de manier waarop je je koersen reed. Lekker aanvallen waar het kon. Niet per se afwachten tot de laatste kilometer, maar gas geven. Daar kunnen wij, fans, geen genoeg van krijgen.

O, nog een hoogtepunt; je tweede plaats in een rit in de Giro van 2013. Op 12 mei kwam de rit aan in Firenze. Je dacht te gaan winnen. Toch won je niet, al stak je je handen in de lucht. Driekwart minuut eerder had Maxim Belkov de rit al gewonnen. Het leverde onderstaande foto op. Jarlinson Pantano die zijn tanden bloot lacht, omdat hij wel wist dat er nog eentje voor hen uit reed. Prachtig.

Problemen

Na de klassiekers in 2014 was je ineens weg. Verdwenen. Schijnbaar opgelost in het niets. Je ploeg kon je nergens vinden. Niemand kon dat trouwens. Je zou naar de Tour, maar je verscheen niet op het vliegveld in Frankrijk. Ziek zou je zijn. Cytomegalovirus. Ook waren er nog problemen met je visa. Al met al een verhaal dat niet heel veel mensen echt goed konden volgen. Wat zeker was: Ag2r baalde.

Maar een tijdje later dook je toch ineens weer op. En o, wat een wereld van verschil. Waar je eerst de wedstrijden kleur gaf, was je nu niet meer dan een heel zwakke grijze penseelstreek. De zegswijze ‘geen deuk in een pakje boter rijden’ leek voor jou te zijn bedacht. Ronde van Spanje? Voorlaatste. Enkel Andrea Guardini reed nog iets langzamer. Best schrijnend voor iemand die al vijfde en beste jongere was in de Ronde van Italië. Je beste resultaat tijdens die Vuelta a España? 15e. In de ploegentijdrit.

Tijdens de ploegpresentatie het jaar erop was ik niet de enige die dacht dat je een zogenaamde Ullrich-winter beleefde. Geen babyvet of wintervet maar echt vet. Je was nog net geen Mamil (middle-aged-man-in-lycra) maar je deed de gemiddelde liefhebber toch wel aardig denken aan een verloren wielertoerist op een veel te dure racefiets met de uitstraling van een FIAT Multipla (een auto met onderkin).

‘Zes kilo te zwaar in alleen al je gezicht’. ‘Een onderkin waar een gemiddelde VVD’er jaloers op zou zijn’. Nee, de gemiddelde omschrijving van jou was niet al te positief. Je werd een mikpunt van spot. Hoeveel renners hebben enthousiast naar elke McDonald’s op de route gewezen onder het gejoel van “Carlos! Dinner!“?

En zo ging het een tijdje door. Tot vorig jaar in de Giro. Toen stond je er weer enigszins. Je viel aan bij de vleet en je won zelfs bijna een rit. Toch was de rest van het seizoen geen al te groot succes. Mede daarom werd je ook op straat gezet door je ploeg. Ze waren het zat. Op zich geen schande. Als een normaal mens drie maanden niks van zich laat horen en niet op komt dagen voor het werk dan was ‘ie al veel eerder de laan uitgestuurd.

Wat de ellende allemaal is geweest? Een depressie? Misschien verwachtten de mensen wel te veel van je en kon je die druk niet aan. Misschien lag het aan je ploeg. Want als eenling tussen allemaal Fransen die je amper verstaat, doe het maar. Misschien was het wel de combinatie die het zaakje deed escaleren. Of waren er nog andere factoren?

De wederopstanding

Movistar pikte je op. Die zagen het nog wel zitten. En het beviel, blijkbaar. Met landgenoten als Nairo Quintana en Winner Anacona aan je zijde is de omgeving er allicht beter op geworden. Nu kun je lekker Spaans praten en dat maakt het er toch allemaal wel wat plezieriger op. En volgens jou zijn ze er ook een stuk professioneler dan je vorige ploeg. En als jij dat zo zegt, wie zijn wij om daar over te twijfelen?

Ik ben blij voor je man. Je bent echt terug. Je weet weer wat winnen is. Alleen dat al verdient hulde en waardering. Immers: een wedstrijd winnen is gewoon kneiterlastig. Het begon al met een koers in Spanje. Die overwinning droeg je op aan Franco Gini. Deze legendarische ploegleider, in februari overleden aan een hartaanval in je thuisland, heeft je door een moeilijke tijd gesleept. Hij heeft je steeds maar weer die fiets op gezet, ook toen je daar misschien echt helemaal geen zin meer in had. Het is zonde dat hij niet heeft mee kunnen maken dat al het werk resultaat heeft opgeleverd.

En een goede week later, in de vreselijke koude van Luik – Bastenaken – Luik, trok je ten aanval in de absolute finale. Nu ligt de kou je ook wel, dat moet worden gezegd. En nee, dat komt niet door je speklaag, zoals enkele kwatongen wel eens beweren. Die wedstrijd in Spanje was immers ook een verregende race. Maar feit is dat je sterker was dan je kopman Valverde in Luik – Bastenaken – Luik, één van de zwaarste wedstrijden van het jaar en toch een beetje privé jachtterrein van de Spanjaard, zegt genoeg. Misschien had je zelfs wel kunnen winnen. Valverde had het je zeker gegund. Want ook hij is een groot fan van je, begrijp ik.

Hoewel de criticasters er nog steeds alles aan doen om Carlos Alberto Betancur Goméz omlaag te halen dien jij hen steevast van repliek door je benen te gebruiken. Dat deed je eergisteren ook in de tweede rit van de Vuelta a Asturias. Je won. Je volgende doel? De Giro d’Italia. Je bent in vorm, dus Movistar wil van je profiteren ook. Of wil je van jezelf profiteren? Want zo kunnen we het misschien ook wel zien. Je benen spreken weer. Er komt weer gif uit. En in het land van de passie kan dat wel eens heel goed tot zijn recht komen. Laat de fans je opzwepen; maak ons blij. En maak vooral je vrouw en zoon thuis in Colombia blij.

We gaan je binnenkort weer echt als vanouds zien fladderen, ik voel het. Alle eerdere prestaties dit jaar verbleken in het niets bij wat je nog gaat laten zien. Dat kan bijna niet anders, zegt mijn opportunistische geest. Deze Colombiaanse klimkabouter (met alle respect voor mensen van rond de 1.67, maar de uitdrukking ‘klimkabouter’ vind ik te leuk om niet te gebruiken) gaat weer vele harten met vreugde vervullen. Hoewel je officieel voor Valverde moet knechten geloof ik best dat je eens een keer je eigen gang mag gaan.

Ik hoop dat het op die dag serieus gaat spoken in het hooggebergte. En dan zie ik het volgende scenario wel gebeuren. In het licht van de motoren rijdt één man alleen op kop. Hij heeft de rest eraf gereden. Het publiek juicht hem toe alsof hij nooit is weggeweest. Als hij het eerste interview geeft aan de meneer van de RAI haalt hij de wijze les van Franco Gini nog weer aan: “Talent gaat niet zo snel verloren, Carlos. Als je er maar hard voor wil werken en in jezelf blijft geloven komt het allemaal wel goed.”

En het mooiste is dat je nog altijd maar 26 jaar oud bent. Je moet nog aan je beste jaren beginnen. Ik hoop voor je dat je die ten volle weet te benutten. Daar ben je in ieder geval weer goed naar op weg.

Foto: Laurie Beylier via Visualhunt.com / CC BY-ND.

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Eén gedachte over “Open brief aan Carlos Alberto Betancur Gómez”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *