Een niet al te onafhankelijk onderzoek naar fietsen in Italië

Niet Nederland of Denemarken, maar Italië is fietsland nummer één. Deze uitspraak heb ik al vaak gehoord, maar ik onderzocht het nog nooit echt goed. Tot daar de maand mei in het jaar 2016 na Christus was. Wat deed ik? Fietsen in de directe omgeving van de oostkant van het Gardameer (En dat is toch wel echt Italië te noemen, hoewel de voertaal er soms eerder Nederlands of Duits leek te zijn de afgelopen weken…). Hoe onderzocht ik? Ik opende mijn ogen en oren, begon te fietsen en observeerde. Onderzoek doen hoeft niet altijd heel moeilijk te zijn. Vind ik.

En, Tim, laten we gelijk beginnen met de conclusie: klopt het? Is Italië daadwerkelijk fietsland nummer één?

Dat weet ik niet, daar ik nog niet in alle landen op deze aardkloot heb gefietst (uw land gerecenseerd door TimFietst? Neem gerust contact op!). Maar ik weet wel dat wat mij betreft Italië er nooit ver vandaan kan zitten. Ik denk dat dat uit dit onderzoek wel duidelijk wordt.

Hoofdstuk 1: de Italiaanse fietscultuur

Dat begint al bij de wisselwerking tussen automobilisten en de wielrennende sportieveling. Ze snappen het. Autobestuurders houden keurig een goede anderhalve meter afstand als ze je inhalen. En fietsers begrijpen op hun beurt dat ze niet de hele tijd midden op de weg kunnen fietsen. Kom daar in Nederland maar eens om. De ‘godverdommes’ vliegen je er om de oren dankzij de beide partijen. Nee, dan het beloofde fietsland. Daar blijft het bij een klein toetertje als de orde toch even verstoord wordt, waarna zowel fietser als automobilist vriendelijk hun hand naar elkaar opheffen. De hele hand, dus niet alleen de middelvinger zoals dat in de lage landen nog weleens placht te gebeuren. “Scusi, maar alles in orde. Fijne dag verder.” Zo kan het dus ook.

Ook wielrenners zelf zijn heel vriendelijk naar elkaar. Op een enkeling na groeten ze allemaal als ze je passeren of juist tegemoet komen. En die Italiaanse outfits… Daar ben ik soms even stil van geworden. Niet allemaal zijn ze fraai natuurlijk. Logisch ook: in Italië zijn er ook genoeg minder leuke plekken te vinden. En sommige tenues zijn denk ik zelfs nog wanstaltiger dan Lotto – Jumbo, maar de fietsers gehuld in oranje Panaria- of gifgroen Bardiani-outfit, ja, die hebben een streepje voor. En op de jongedame gehuld in een geel-roze tricot van Alé die ik inhaalde op een beklimming ben ik nog altijd stiekem een klein beetje verliefd. Ze vond mijn La Datcha outfit overigens ook mooi. Maar dit terzijde.

Hoofdstuk 2: “Un uomo solo al commando”

Ben je bezig aan een pittige beklimming (de beklimmingen in dit gebied variëren van veredelde verkeersdrempel tot ijzingwekkend steil)? Dan komt het niet zelden voor dat mensen die in auto’s zitten vriendelijk een aanmoediging toeroepen. “Vai! Vai!” klinkt het, daar het meestal Italianen zijn. Het brengt je nooit op het schema van Pantani, maar het geeft de burger wel moed.

In Italië waan je je veel sneller ‘Un uomo solo al commando’ dan ergens anders ter wereld. En juist dat gevoel willen fietsers nogal graag hebben. Zeker als ze bergop fietsen. Als je bovenop een serieuze klim bent is er altijd wel iemand die vriendelijk vanop een bankje naar je knikt. Alsof ze zijn ingehuurd door de plaatselijke VVV. “Goed gedaan,” zeggen ze met hun knikken. Hoeveel langzamer je bent dan Gino Bartali ooit was is volstrekt onbelangrijk.

Hoofdstuk 3: Knipoog

Nog een prettige observatie: er is altijd wel een horecagelegenheid in de buurt, dus een verfrissende dronk is nooit heel ver weg. Zelfs de serveersters bij cafés en restaurants snappen het. In het dorpje San Zeno di Montagna kwam ik na een goede tachtig kilometer behoorlijk gesloopt aan na vier beklimmingen die samen goed waren voor zo’n 2200 hoogtemeters. Als kind van de polders, voor wie een beklimming doorgaans slechts een meter of tien, op een gekke dag vijfentwintig meter de hoogte in gaat (en dan besef ik mij dat het in mijn directe omgeving allemaal zo triest nog niet is gesteld qua reliëf), is een klauterpartij met meerdere serieuze bergen een beste ervaring. Alvorens ik mijn bestelling kon doorgeven begon het personeel me te ondervragen hoeveel ik al had gereden. En welke klimmen ik al had gedaan.

Bewonderend floot de jonge serveerster tussen haar tanden toen ik haar in mijn beste, ietwat haperende Italiaans vertelde over mijn rondgang. Respect. Toen ik een paar minuten later van een welverdiend ijsje genoot kwam er een groepje in lycra gehulde mannen het terras op gebanjerd. Stuk voor stuk van het kaliber Andy Fordham. Luidruchtig vertelden ze dat ze al wel helemaal vanuit Torri del Benaco waren gekomen. Opnieuw herhaalde de serveerster het gebaar. Petje af. Daar namen de zwaargewichten een biertje op. De serveerster gaf een vette knipoog toen ze mij stiekem zag glimlachen. Zalig zijn de onwetenden.

Hoofdstuk 4: Een diepere analyse

Nog iets postiefs: de gemiddelde temperatuur in Italië is een heel aantal graden hoger dan in Nederland. Niet overal in Italië gaat dit op, maar u snapt ongetwijfeld mijn punt. Bij 7 graden, tegenwoordig niet vreemd voor Nederland begin mei, ben je toch minder snel bereid om hele lange ritten te doen dan wanneer het een graadje of 21 is.

En dan het landschap. Ik woon zonder twijfel in één van de mooiste stukjes van Nederland, met zowel bos, water, heide, pittoreske nederzettingen en nog meer moois binnen de afstand van een ferme worp met een veldkei, maar dat haalt het toch niet bij de vergezichten in de contreien die ik heb mogen aandoen rondom het Gardameer. Afzien is zoveel leuker met uitzicht op mooie bergweides, haarspeldbochten en meer fraais, waar het Gardameer ook zeker onder valt.

Komen we uit bij: de wegen. De echt kleine wegen zijn lang niet allemaal even goed geasfalteerd, maar eigenlijk heb je die ook niet nodig. Ik heb ze niet gemist in ieder geval. Hoe meer bereden de weg, des te beter het asfalt. Ideaal voor eens een afdaling met niet al te hard samengeknepen remmen en/of achterwerk. Als zelfs ik er heerlijk ontspannen boven de vijfenvijftig per uur kan dalen wil dat wel wat zeggen.

Is er dan niks verschrikkelijk kwalitatief uitermate teleurstellend aan fietsen in Italië? Ik hoor het u denken. Een lekke band, kettingbreuk of een nare val allicht. Maar dat heb ik gelukkig nog niet meegemaakt. En laten we wel wezen; is dat niet universeel kut? En voor de rest heb ik mij eigenlijk alleen maar uitermate goed vermaakt.

Dit alles overdenk ik terwijl ik weer een rondje afhaspel in Nederland. De vlakke wegen voelen vreemd aan. Na elke bocht verwacht ik een beklimming. Schijn bedriegt echter meestal. En mocht er dan toch een beklimming op me wachten, dan is ze na een goede vierhonderd meter reeds voorbij. De lucht op vijftien meter hoogte voelt toch anders dan de lucht op duizend meter hoogte. Met een licht gevoel van weemoed denk ik weer terug naar alle fietsavonturen in Italië. Tegelijkertijd denk ik: “ach, het oude vertrouwde noordwest Overijssel is ook best wel weer mooi”.

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Eén gedachte over “Een niet al te onafhankelijk onderzoek naar fietsen in Italië”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *