Tour de France etappe 6: Arpajon-sur-Cère – Montauban

Zo. De Tour zit in haar eerste plooi. De inleidende beschietingen op weg naar Le Lioran leverden een hoop gedesillusioneerde gezichten op. Vooral kamp Tinkoff zal lichtelijk aangeslagen zijn. Ga maar na; Sagan uit het geel en Contador kreeg weer een tik. Maar zoals een wijs man, Henny Huisman, het ooit al zong: “… zoals bij elke wedstrijd, kan er maar één de winnaar zijn.” Dat zullen ze ook bij Tinkoff wel weten.

Tijdens rit zes zullen de klassementsrenners ook wel even de tijd hebben om in hun hoofd de balans op te maken. Hoe voelden de benen in de eerste (semi-)bergrit? Zegt dit iets voor de weken die er nog aankomen? En hoe deed de concurrentie het? En kunnen we daar al iets aan afleiden? Essentiële vragen. Op het laatst even billenknijperij in de finale en dan op naar het grote werk in de Pyreneeën.

Al vrij snel in de etappe komt er een afdaling die de renners de Cantal uit doet rijden. Vanaf Vieillevie golft het vervolgens behoorlijk, tot een goede veertig kilometer voor het einde op de Côte de Saint-Antonin-Noble-Val. Vanaf daar is het een korte afdaling een daarna een zo goed als vlakke weg richting de finishplaats Montauban.

Kortom: het is allesbehalve een vlakke etappe, maar een sprinter die geen kwetsuren heeft moet het normaliter wel kunnen overleven.

Profile

Even praten over de klimmetjes. Vier punten zijn er maximaal te rapen. Dat houdt in dat, tenzij Van Avermaet grappen gaat uithalen, De Gendt gewoon in de bolletjestrui blijft, vermits hij zelf natuurlijk heel blijft. Maar hoe gretig Van Avermaet ook is, dat zal hij waarschijnlijk niet doen.

Km 62.0 – Col des Estaques (2 kilometer aan 6%, 3e categorie)
Km 71.5 – Côte d’Aubin (1,3 kilometer aan 5,4%, 4e categorie)
Km 149.0 – Côte de Saint-Antonin-Noble-Val (3,2 kilometer aan 5, 1%, 3e categorie)

In de ultieme finale is het nog even oppassen geblazen. In de laatste kilometer moet het peloton nog een rotonde en een bocht nemen. En vooral die bocht kan nog wel eens voor een probleem zorgen. Niet dat de weg één meter breed is, maar als je er met zestig kilometer per uur in komt vliegen kan het een pittige passage zijn. Alle moeders zullen bidden dat het goed gaat.

Het heeft er dus alle schijn van dat de renners gaan sprinten. Na de drie sprints die we nu al hebben mogen aanschouwen is het een mooi moment om even de balans op te maken. Hoe hebben de sprinters het tot nog toe gedaan?

De grote vier

Een man die, ondanks het verlies van zijn gele trui, nog altijd lacht is Peter Sagan. En daar heeft hij ook alle reden toe. Voorlopig gaat zijn plannetje om de groene trui voor de vijfde keer op rij te winnen nog helemaal perfect. Daarbij won hij een hartstikke mooie etappe. En mocht hij toch die groene trui niet winnen, dan rijdt hij altijd nog lekker rond in de regenboogtrui. En dat vindt hij ook helemaal mooi. Kortom: die Sagan vermaakt zich wel. Ook in deze rit is hij zeker in staat om top vijf te rijden. Podium zelfs.

En dan de andere sprinters. Kittel en Cavendish zullen behoorlijk tevreden zijn met respectievelijk één en twee ritzeges op zak. Natuurlijk kan het altijd meer zijn, maar als ze niks meer winnen kunnen ze ook spreken van een succesvolle Tour. Toch zullen ze een mogelijkheid niet graag onbenut willen laten. Schrijf die mannen dus ook maar op voor deze rit.

André Greipel heeft het nog niet voor elkaar gekregen om een etappe te winnen. De Duitse kampioen was er erg dichtbij in Angers, maar hij kon nog niet het podium op voor de huldiging. En tja, hoe weinig het ook scheelt, net niet winnen is net zo minnen winnen als wanneer je 134e wordt. Een jaar geleden had Greipel al twee ritten gewonnen toen we bij etappe nummer zes kwamen. “What a difference a year makes”, zou Dinah Washington kunnen zingen.

En de rest van de sprinters

Alexander Kristoff dan. Ook nog niet op z’n allerbest, zo lijkt het. Achtste, elfde en vijfde in de massasprints tot nog toe. Daar word je als je Alexander Kristoff heet vermoedelijk niet heel erg blij van.

Voor die andere sprintende Noor, Sondre Holst Enger, gaat het juist crescendo. De debutant werd al elfde en twee keer zesde. Niet slecht op je tweeëntwintigste.

En Dylan Groenewegen doet het ook hartstikke mooi. Vierde worden in de derde sprint die je in je eerste Tour de France rijdt is weinigen gegeven. Hetzelfde kunnen we zeggen van Edward Theuns. Twee keer vijfde en een keer elfde werd ‘ie. Lang niet gek, dunkt mij. Lekker mee doorgaan en sterker worden.

Iets meer in de achtergrond doet Daniel Mclay het ook prima. Negende, Negende, zevende. Niet slecht voor iemand van een kleine Franse ploeg. Verder lijkt Christophe Laporte het gemis van Nacer Bouhanni ook enigszins op te vangen met een zesde en een achtste plek in de twee massasprints waar hij zich in kon mengen.

Dark horse

En dan zouden we bijna Bryan Coquard vergeten. Als de streep in Limoges een paar centimeter verder had gelegen dan had deze klasbak al zijn eerste ritzege beet. Hij reed veruit de snelste sprint, maar uit zijn uiteindelijke uitslag aldaar blijkt dat wielrennen niet alleen maar een wedstrijdje hard fietsen is.

Maar met de snelheid van Coquard zit het dus wel goed. We moeten hem dan ook zeker tot één van de grote kanshebbers rekenen. Misschien is dit dan zijn dag? Ik zou het hem zeker gunnen.

*****
Mark Cavendish
****
Marcel Kittel, Bryan Coquard
***
Peter Sagan, André Greipel
**
Dylan Groenewegen, Edward Theuns, Alexander Kristoff
*
Daniel Mclay, Sondre Holst Enger, Christophe Laporte, andere outsider

Op de foto: Montauban is ook ’s avonds het bezoeken waard, zo te zien (foto van JAc 82 via VisualHunt / CC BY).

Auteur: Tim de Vries

Schrijft. Praat in microfoons. Fietst. Geniet. Doet verder nog allerlei andere dingen. Heeft zelfs meningen. Het is me allemaal wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *